hofstede Agthoven

hofstede Agthoven in Leiderdorp

De hofstede Agthoven werd in 1986 een dierenverzorgingscentrum. Het landgoed werd door de huidige eigenaren geheel gerestaureerd. In het koetshuis bevindt zich nog een balk met de vermelding van het jaar 1645.
In deze hofstede moet in 1550 Cornelis Cornelisz van Poelgeest geboren zijn. Na in 1579 zijn ambt als schout van Leiderdorp te hebben neergelegd, noemt hij zich vanaf 1580 Cornelis Cornelisz van Achthoven. Hij is de eerste die de naam van Achthoven aangenomen heeft als familienaam. In 1584 is hij kapitein in het Staatse leger. Ook vijf van zijn zonen zullen de naam van Achthoven dragen.

De hofstede Agthoven heeft een rijk verleden. Het werd al in 1413 vernoemd als de hofstede Agthoven, en in 1423 als de woninghe Agthoven. In 1393 werd dit land Achtehoven door de Domproost van Utrecht verlijt aan de ridder Jacob van Rijsoord.

De familie van Rijsoord, de vermoedelijke stichter van de hofstede Achthoven

Ridder Jacob van Rijsoord, geboren ca. 1360, was een zoon van de ridder heer Aelwijn Gerard Aelwijnsz en Beatrix van der Merwede. Deze Aelwijn was tevens ambachtsheer van Rijsoord (gelegen bij Ridderkerk) en leenman van de graaf in Albrandswaard (bij Portugaal). Aelwijn had deze bezittingen geërfd van zijn vader Gerard Aelwijnsz, de klerk van de graaf van Holland. Gerard wordt al in 1319 vernoemd in Leiden, waar hij een hofstede had naast de Pieterskerk. Tevens droeg hij zorg voor de 'herberg' van de graaf in Leiden. In 1332 werd Gerard Aelwijnsz door de graaf aangesteld om het gebied rond Rijsoord in te polderen en werd zo de ambachtsheer en de stichter van de parochie van Rijsoord.

Gerard Aelwijnsz, geboren rond 1280, moet in het jaar 1355 gestorven zijn. Hij was gehuwd met Machteld Aerntsdochter van Leiden. Misschien is het daarom dat hij in zijn wapen boven de dwarsbalk 3 vliegende adelaars voerde en beneden de dwarsbalk de bekende twee gekruisde sleutels (zoals in het wapen van Leiden). Gerard zelf was de zoon van Aelwijn en Volckwei. Gerard Aelwijnsz, nu genoemd van Rijsoord, had dus heel wat aanzien verworven. Hij werd ook rentmeester van de graaf in Zeeland. Zij dochter Agatha, Aechte Gerard Aelwijnsdr genoemd, huwde rond 1330 heer Hendrik Ijsbrantsz van Alckemade, de kasteelheer van 'Oud Poelgeest' in Oegstgeest. Een andere dochter, Machteld, huwde vr 1339 met Jan van Zijl.
Zoon Aelwijn Gerritsz van Rijsoord had dus twee zonen: Floris en Jacob; en twee dochters: Volkwijf, die eerst Hubrecht van de Werve en later Kerstant van den Berghe huwde (dit zal bij de erfopvolging belangrijk blijken); de andere dochter, Maria, was non in het klooster te Conincxvelt.

Nu bezat de Domproost van Utrecht al in het jaar 1240 zo'n 205 morgen land midden in wat nu de polder Achthoven in Leiderdorp is. Daaronder viel ook de 32 morgen van de hofstede Agthoven. Deze 205 morgen land werden op 1 april 1240 door de Domproost beleend aan 17 met name genoemde mannen, van wie de eerste in de lijst een Aelwijn is. Het lijkt niet onwaarschijnlijk dat deze Aelwijn misschien de grootvader van de genoemde Gerard Aelwijnsz is. Dan zou Agthoven dan al in handen van die familie geweest zijn. (N.B. de eerste burggraaf van Leiden rond 1100 zou ook Aelwijn genoemd zijn geweest). Dat dit niet zo onwaarschijnlijk is, volgt ook uit het feit dat rond 1400 Pieter Dirk Aelwijnsz, die in 1396 bij de moord op Floris van Rijsoord als mage aan vaders kant wordt vermeld, ook 18 morgen land in Achthoven te leen had van Utrecht.

In ieder geval wordt ridder Jacob van Rijsoord in 1391 beleend met de 32 morgen land, dat Achthoven genoemd wordt. Zijn vader Aelwijn moet rond 1390 gestorven zijn, aangezien heer Jacob van Rijsoord dan ook beleend wordt met de Albrandswaard. Jacob had nog een broer Floris Aelwijnsz van Rijsoord, die in 1396 tijdens het bestuur van graaf Aelbrecht zou vermoord zijn. Jacob was aanvankelijk gehuwd met Margaretha, de dochter van Godschalk van Brakel. Dit huwelijk moet kinderloos gebleven zijn. Wel had Jacob een natuurlijke dochter Beatrise, die in 1414 vernoemd wordt. Op 1 december 1401 moet Jacob hertrouwd zijn met jonkvrouw Maria, de dochter van heer Hendrik van Montfoort. Dit was voor Jacob zo'n belangrijk huwelijk, dat hij aan zijn nicht Adriana van den Berghe, die gehuwd was met Jan van Rijswijk, vroeg om met haar bezittingen voor hem garant te staan.

In 1416 wordt ridder Jacob van Rijsoord opnieuw beleend met de hofstede Agthoven. Het is wel waarschijnlijk dat hij die hofstede heeft laten bouwen (de kelder van het huidige herenhuis Agthoven stamt uit die tijd). Of deze hofstede in 1420 door Jan van Beieren met andere kastelen in de buurt verwoest is geweest, dat weten we niet, maar in 1423 wordt ridder Jacob van Rijsoord opnieuw beleend met de 'woninghe Achthoven', een term die ook voor de 'woninghe ter Does' in Achthoven werd gebruikt, dat toen echt een donjun (rond kasteel) was.

Ridder Jacob van Rijsoord moet in 1429 gestorven zijn. Hij had geen wettelijke erfgenamen. En zo ging zijn bezit over op zijn nicht Adriaen van den Berghe in 1429, inclusief het landgoed Achthoven. Maar in 1427 had Jacob nog een deel hiervan overgedragen aan Johan van der Zijl Claesz, mogelijk kleinzoon van de vermelde Jan van Zijl, en dan zijn neef. Dit moet nog nagegaan worden.
Zo is het landgoed Agthoven in de handen van de familie van Zijl (uit Leiderdorp) terecht gekomen.

(wordt vervolgd)